21-12-12

Het Nederlands als maizena

De Standaard - 21 december 2012

Peter De Roover en Peter Meukens

Wie? Leraars in een Antwerpse concentratieschool.

Wat? De grote diversiteit aan thuistalen in heel wat scholen, maakt net dat we nog meer moeten inzetten op het Nederlands.

Waarom? Eén taal is het beste bindmiddel voor leerlingen van verschillende afkomst.


De bespreking van de resultaten van de kerstproefwerken maakte het weer pijnlijk duidelijk: leerlingen die het Nederlands onvoldoende beheersen betalen daarvoor een hoge prijs. Nochtans wordt dat voor de meesten de basistaal waarin ze maatschappelijk zullen functioneren.

In de ruim vijfentwintig jaar dat wij les geven, zagen we onze Antwerpse school meermaals van karakter veranderen. Leek het er vijftien jaar geleden nog op dat we een concentratieschool werden van leerlingen met Maghrebijnse achtergrond, dan werken we nu in een absoluut multi-etnische omgeving. Klassen met acht of negen oorsprongstalen vormen geen uitzondering.

De kennis van het Nederlands van te veel leerlingen gaat er op achteruit. Dan hebben we het niet alleen over grammaticale fouten maar vooral ook over een beperkte, ‘arme' woordenschat. Een groeiende groep leerlingen beheerst te weinig Nederlands om de nodige finesses te kunnen vatten. Ze hebben tekorten voor niet-taalvakken, niet omdat ze niet in staat zijn de leerstof te verwerken maar omdat ze opdrachten niet correct lezen of hun antwoorden onnauwkeurig formuleren. Dat probleem vormt voor alle vakken een hinderpaal en ontneemt de betrokkenen veel kansen in het leven.

Vicieuze cirkel

Onze school doet – zoals vele andere – ongelofelijk veel inspanningen. Een groep gedreven collega's bouwde een uitgebreide GOK-werking (Gelijke Onderwijskansen) uit, levert grote inspanningen om alle ouders te bereiken, brengt de leerlingenpopulatie in kaart, zorgt voor bijlessen en remediëring. We besteden op school heel wat lestijd aan taalverwerving. Dat harde werk leidt tot successen, waarop we erg trots zijn. Maar we kunnen niet tevreden achteroverleunen. We stellen immers vast dat te veel leerlingen nu minder goed Nederlands begrijpen, spreken en schrijven dan hun collega's tien jaar geleden.

Oplossingen liggen niet voor het grijpen. Onze leerlingen spreken met leeftijdsgenoten wel Nederlands, maar met ouders en grootouders veel minder. Sommigen maakten er pas in de lagere school ten gronde kennis mee, terwijl de kleuterschool een cruciale rol speelt in de taalverwerving. Veel leerlingen komen pas op latere leeftijd naar ons land.

Maar behalve die sociale factoren vormt ook de onderwijsorganisatie een probleem. Scholen leveren grote inspanningen om scholieren zo ver mogelijk te brengen, maar die energie gaat deels verloren als die leerlingen veel van school veranderen. School-‘hoppen' bij (kansarmere) jongeren neemt toe. Leerlingen doen in hun loopbaan soms vijf tot zes middelbare scholen aan. Vooraleer de begeleiding in school A vruchten kan afwerpen, zijn ze alweer vertrokken. Dat verhaal herhaalt zich in school B en dan wacht de vicieuze cirkel. Dat heeft uiteraard ook te maken met het problematische inschrijvingsbeleid. Scholen kunnen geen voorwaarden stellen, zodat taalzwakke leerlingen met onvoldoende kennis van het Nederlands zich zonder meer mogen inschrijven in een talenrichting.

Geen getto's op school

Het moge duidelijk zijn: we moeten maximaal en meer nog dan vandaag inzetten op Nederlands als voertaal op school, niet alleen in de klas, maar ook de speelplaats.

Lessen geven in zogenoemde moedertalen botst op ernstige praktische nadelen, zonder veel baat te hebben. Het is niet te doen om dat voor alle ‘moedertalen' te organiseren. Beperken we het aanbod, dan discrimineert de school. Wat doen we met taalgemengde gezinnen? Wat met leerlingen waar thuis voor Nederlands als spreektaal werd gekozen?

Maar het voornaamste argument om op Nederlands in te zetten zit hem net in de grote diversiteit aan thuistalen. Net daardoor is, jawel, het Nederlands het communicatiemiddel dat onze leerlingen bindt. De school mag geen plaats zijn die gettovorming bevordert, maar moet helemaal inzetten op gemeenschapsvorming. Die ambitie mag ons onderwijs toch niet laten varen?

Om het door ons elke dag vastgestelde taalprobleem weg te werken, bestaan er geen tovermiddelen. Laten we echter vermijden een weg in te slaan die geen oplossingen brengt, maar wel een hoop nieuwe problemen veroorzaakt. Het water komt ons nu al te vaak aan de lippen om die er nog bij te nemen.

De commentaren zijn gesloten.