26-08-12

Men hoeft geen flamingant te zijn…

De Tijd – 10 juli 1996

<Inleiding PDR 26 augustus 2012: Guy Verhofstadt bracht bij zijn terugkeer in de Belgische politiek een scherpe ontleding van de situatie. Wie die ontleding vergelijkt met zijn latere doen en laten, krijgt een meer dan wrange smaak. Maar dat maakt deze tekst des te boeiender.>


Guy Verhofstadt koos een uitstekend ogenblik om weer het politieke podium te beklimmen. Net op dat ogenblik was men doende op Belgisch vlak de politiek zowat af te schaffen. Enerzijds telt het federale politieke milieu parlementsleden van de meerderheid die uitgeblust en zonder weerstand hun bevoegdheden afstaan aan de uitvoerende macht. Anderzijds slaagt de oppositie (ook de VLD) er amper in weerwerk te bieden aan de operatie van premier Dehaene om de politiek uit te schakelen. Pers en belangstellend publiek waren er dan ook klaar voor, toen Verhofstadt op 21 mei voor de VZW Futura het woord nam. Nu we op de rand van een eenpersoonsregime lijken te staan, is elke boodschap met een politiek profiel welkom.

De gewezen VLD-voorzitter maakte op 21 mei een opvallend scherpe communautaire analyse van de politieke toestand. Laten we uit zijn woorden het volgende aanhalen: 'En ten slotte - en misschien is dat nog de zwaarste rem - zijn we een land dat zich op de breuklijn bevindt tussen Noord- en Zuid-Europa. Hoezeer we ons als Vlamingen ook zouden willen inpassen in die reformistische opvattingen (in Nederland, Denemarken, Groot-Brittannië, die hij eerder in zijn toespraak zeer positief benaderde - pdr), we worden meegesleurd door het Zuiden, door het immobilisme van het leidend establishment aldaar. De weigering van dat establishment (FGTB, PS, Waalse werkgeverskringen) rechtvaardigt de roep naar een onmiddellijke grotere autonomie voor de gewesten en de gemeenschappen in dit land. We kunnen niet blijven wachten op ik weet niet welke ommekeer in het zuiden van het land, die er zeker niet zal komen als ik Ylieff of de andere PS-ministers beluister. Zij willen nogmaals de federale overheid, zijnde de Vlaamse belastingbetaler, de rekening laten betalen voor onzorgvuldig Waals bestuur.'

Mochten deze woorden uit de pen gevloeid zijn van een vooraanstaande Vlaams Beweger, dan zouden ze, hoe juist ook, wellicht amper indruk maken. De Vlaamse Beweging roert al jarenlang deze trom en verrast er niet meer mee. Als Vlaams Beweger zou Verhofstadt dan ook een belegen indruk wekken. Verhofstadt is echter geen flamingant. Hij, van wie beweerd wordt dat hij vroeger als vice-premier nooit de krant las wanneer communautaire themas aan de orde waren, wordt nu in de pers plots een Vlaamse voorvechter genoemd. De actieve politicus Verhofstadt heeft een sabbatjaar lang de Belgische situatie vanop enige afstand en dus met meer zicht op het geheel geanalyseerd en komt tot identieke besluiten als de Vlaamse Beweging. Dat is wél een zeer belangrijke vaststelling. In de politieke situatie van vandaag moet men geen flamingant meer zijn om tot dezelfde besluiten te komen als de Vlaamse Beweging: het Belgische niveau wordt verstikt door immobilisme, dat zijn oorzaak vindt in het Waalse optreden. Het helpt wel om sneller tot de juiste analyse te komen, maar men moet geen flamingant zijn om voor een snelle Vlaamse staatsvorming te pleiten.

Minder opgevallen, maar even betekenisvol, zijn de woorden die Rolf Falter, hoofd van de CVP-studiedienst, sprak op een debatavond van de Vlaamse Volksbeweging in Gent op 3 juni. We vatten zijn oordeel samen: Op sociaal-economisch vlak loopt de zaak vast. België biedt Vlaanderen geen meerwaarde meer, daarvan is de Vlaamse politieke wereld meer en meer overtuigd. België zal dan ook onvermijdelijk uiteenvallen. Ook in de denktank van de CVP komt men tot fundamentele conclusies in verband met de Belgische onwaarde voor Vlaanderen.

Europa

Men moet ook niet noodzakelijk flamingant zijn om vast te stellen dat de Europese Unie geen unitaire economische ruimte vormt, waarbinnen het van geen belang is welk beleid de eigen staat voert. De nationale staat krijgt een andere rol, maar is niet achterhaald. Ook Verhofstadt stelt dat vast. Hij ziet een kloof tussen de landen die vasthouden aan het Rijnlandmodel (het vertrouwde sociale overleg), de tussenlanden en de staten die voor een reformistisch model kiezen. De resultaten van het beleid van de verschillende lidstaten zijn inderdaad sterk uiteenlopend. Uit het pas gepubliceerde World Competitiviness Yearbook van het Zwitserse Institute for Management Development (IMD) blijkt dat er belangrijke economische verschillen blijven bestaan tussen de verschillende EU-lidstaten en dat het ook vandaag nog mogelijk is om relatief beter (of slechter, zoals België) te presteren dan andere lidstaten. Uit de studie blijkt tevens dat er geen enkel negatief verband bestaat tussen de omvang van een staat en zijn economische prestaties, wellicht integendeel. Ook dat kunnen we bij Verhofstadt lezen en is een oude stelling van de Vlaamse Beweging. IMD-woordvoerder Garelli meent dan ook dat Europa, minder dan ooit, een smeltkroes is. Dit onderzoek komt trouwens tot de bevinding dat kleine landen uit Noordwest-Europa (Noorwegen, Denemarken, Nederland) goed presteren in jking met andere landen, terwijl België zeer middelmatig blijft scoren. Wat voor de Nederlanders, Denen of Noren een belangrijk instrument is om het economisch dynamisme te stimuleren, de nationale staat, is voor de Vlamingen - binnen België - een hinderpaal.

En alsof het de bedoeling was om juistheid van de vaststellingen van de Vlaamse Beweging, waarbij Verhofstadt zich nu aansluit, nog eens overduidelijk te bevestigen, weigert politiek Wallonië de nodige medewerking opdat Vlaanderen de vennootschapsbelasting voor eigen bedrijven die aan bepaalde voorwaarden voldoen, zou kunnen verlagen. Eens te meer staat het Belgische feit een dynamisch Vlaams beleid in de weg. Deze Vlaamse regeringsmaatregel om een teruggave van vennootschapsbelastingen te plannen - die door Wallonië wordt verhinderd - noemt opposant Verhofstadt in zijn toespraak als het enige lichtpunt in het regeringsbeleid. Het is typerend dat het ene punt waarin de Vlaamse oppositie en meerderheid elkaar kunnen vinden door Wallonië wordt geboycot.

Surrealisme

Het valt op dat tegenwoordig een bepaalde groep Vlaamse kunstenaars graag uitpakt met een onbestemd en irrationeel neo-belgicisme. Ze huldigen het surrealisme van dit land. Het surrealisme is een waardevolle stroming in de kunst. Het dringt echter steeds meer door in de geesten van vooraanstaande Vlamingen dat het surrealisme geen ernstige basis biedt voor staatsvorming noch een perspectief biedt sociaal-economisch beleid. Men moet geen flamingant meer zijn om dat in te zien.

Peter DE ROOVER

De auteur is voorzitter van de Vlaamse Volksbeweging

De commentaren zijn gesloten.