26-08-12

Bart De Wever is al honderd jaar oud

De Standaard - zaterdag 18 augustus 2012

<Inleiding door redactie De Standaard>  ‘Sire, er zijn geen Belgen meer.' Deze week vierde de beruchte quote van  Jules Destrée zijn honderdste verjaardag. De Waalse socialist won de verkiezingen in zijn regio, maar belandde door het stemgedrag van ‘de andere kant' in de oppositie. Very Bart De Wever indeed, schrijft PETER DE ROOVER.


Honderd jaar geleden beleefde dit land een warme communautaire zomer. Jules Destrées ‘lettre au roi sur la séparation de la Wallonie et de la Flandre' werd deze week precies één eeuw oud. Hierin pende de Waalse socialist zijn beroemde/beruchte zinnen neer: ‘Sire, (…) Vous régnez sur deux peuples. Il y a en Belgique des Wallons en des Flamands; il n'y a pas de Belges.' Hij noemde zijn vaststelling ‘la vérité, la grande et horrifiante vérité'.

Destrée riep op tot bestuurlijke scheiding in zijn brief, die voor het eerst verscheen op 15 augustus 1912 in het tijdschrift Revue de Belgique. Wat eerder, op 7 juli datzelfde jaar, had het Waalse congres in Luik dat principe al goedgekeurd. Destrées pleidooi kon niet meteen op veel bijval rekenen in Vlaanderen. Zo verdedigde schrijver en dichter Pol de Mont de Belgische eenheidsstaat enkele weken later met passie en vuur.

Het wordt weleens vergeten dat de eerste splitsingsgedachten van Waalse makelij waren, volledig in de sfeer van het motto la Belgique sera latine ou elle ne sera pas dat de wallingant van Vlaamse afkomst Raymond Colleye in 1915 lanceerde. Al in 1890 zag het blad Réforme wel iets in het scheidingsidee. Maar dat de Waalse roep naar autonomie in de zomer van 1912 zo fel oplaaide, is absoluut geen toeval.

Kartels, ook toen al

Op 2 juni 1912 vonden verkiezingen plaats. De katholieken stonden al ruim een kwarteeuw aan het landsroer, maar bij de gemeenteraadsverkiezingen van 1911 braken de oppositiepartijen door in enkele steden. Socialisten en liberalen roken de overwinning en vormden in 1912 waar dat electoraal nuttig kon zijn kartellijsten met een gemeenschappelijk programma. Ze schoven de liberale voorman Paul Hymans naar voor om na de verwachte overwinning de linkse regering te leiden. Eerste minister Charles de Broqueville kreeg op 23 april in de Kamer van een zegezekere Hymans te horen: ‘We gaan naar de volgende verkiezingen met de zekerheid dat u op 2 juni van de macht verdreven wordt'.

De kiezer oordeelde anders en bevestigde tot ieders verrassing de katholieke meerderheid. Maar de uitslag verschilde heel erg tussen noord en zuid. In België behaalden de katholieken bij algemeen meervoudig stemrecht 51%. In de vier Waalse provincies bleven ze steken op 38,5%; in de vier Vlaamse kwamen ze aan 66%. Samen wonnen de liberalen en socialisten 47% van de Belgische stemmen, in de vier Vlaamse provincies amper 31% en in de Waalse ruim 60%. Alleen het dunbevolkte Luxemburg vormde een uitzondering op de Waalse regel.

Veel empathisch vermogen is niet vereist om de frustratie van Destrée te begrijpen. Zijn politieke groep won de verkiezingen in zijn Wallonië overtuigend, maar geraakte niet uit de Belgische oppositie. De Vlaamse liberaal Maurits Basse schreef in De Vlaamsche Beweging van 1905 tot 1930 (1933): ‘In 1912, echter, brachten de Kamerverkiezingen de separatistische poppen weer aan het dansen. Liberalen en Socialisten hadden gehoopt – en de Catholieken gevreesd – dat die verkiezingen de Regeering ten val zouden brengen. Maar ze bleef aan het roer, en haar meerderheid was zelfs versterkt. Op den avond zelf van dien teleurstellenden 2 Juni wees het socialistisch Kamerlid Jules Destrée in een heftige redevoering, op de oorzaak van de nederlaag: de Vlamingen!' Technisch gesproken had Destrée gelijk; Vlaamse kiezers verhinderden dat Wallonië een links beleid kreeg.

Twee rassen

Het idee dat België een land van twee democratieën is, wordt vandaag gekoppeld aan de figuur van Bart De Wever. Ironisch genoeg was het een Waalse socialist die dat feit al in 1912 vaststelde. De gelijkenis valt op. Beide politici wonnen de verkiezingen in hun regio maar bleven in de oppositie hangen wegens het stemgedrag aan de ‘overzijde'.

Tijdens de hoogmissen van de democratie, de verkiezingen, komt de politieke gespletenheid van het land al een eeuw lang aan de oppervlakte, de ene keer nog duidelijker dan de andere. Het is pas wanneer de kiezer het terrein verlaat en politici het initiatief overnemen, dat de kloof zo veel mogelijk weggemoffeld wordt. Basse beschreef de kern van wat ook vandaag nog het probleem is: ‘Daar het hem (Destrée), in het huidige staatsverband, onmogelijk toeschijnt de Walen te bevredigen zonder de Vlamingen te krenken, en omgekeerd, en daar een versmelting der twee rassen onwenschelijk en ook onmogelijk is, moeten ze van elkander gescheiden leven…' Ontdoe deze zin van de tijdgebonden woordkeuze en hij past als gegoten op de huidige politieke situatie.

Voor Destrée hoefde de volledige scheiding overigens niet. Vlamingen en Walen zouden ‘naar het voorbeeld van Zwitserland, in een federalen staat verbonden blijven'. Hij rekende erop dat die ingreep zou volstaan. De federale staat is er inmiddels, maar het probleem bleef. Een fundamentele oplossing biedt een federaal model dus niet. Alleen op dat punt klinkt Destrées analyse gedateerd, voor de rest zou hij vandaag een uitstekend verruimingskandidaat voor N-VA kunnen zijn.

<De Standaard publiceerde 's anderendaags een reactie van Maarten Van Ginderachter. Mijn antwoord daarop verscheen op Doorbraak - online en staat ook op deze blog.>

 

De commentaren zijn gesloten.